1. Home
  2.   MIRT 2011
  3.   Ontwikkeling MIRT
  4. Beleidsterreinen

Beleidsterreinen

Het MIRT Projectenboek is departementoverschrijdend van karakter. Het heeft zijn wortels in de grote nationale beleidsnota’s van de vier ruimtelijke ministeries. Het gaat hierbij om de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit en de Mobiliteitsaanpak, het Nationaal Waterplan, Pieken in de Delta, de Agenda Vitaal Platteland en de Agenda Landschap. De belangrijkste ontwikkelingen sinds het uitkomen van het vorige MIRT Projectenboek worden hieronder kort beschreven.

Nota Ruimtebudget

Het budget voor de Nota Ruimte is bedoeld om – in aanvulling op sectorale budgetten, die veelal ingezet worden voor een ‘sobere en doelmatige’ uitvoering – complexe integrale opgaven voor gebiedsontwikkeling van nationale betekenis te ondersteunen.
Een financiële impuls voor gebiedsontwikkeling bovenop sectorale geldstromen is bij deze projecten nodig om deze complexe opgaven kwalitatief hoogstaand en duurzaam op te kunnen pakken. Eind 2009 heeft het kabinet de rijksbijdrage aan alle nog resterende projecten vastgesteld.

Verstedelijkingsafspraken

Tijdens de bestuurlijke overleggen MIRT van najaar 2009 zijn tussen rijk en stedelijke regio’s verstedelijkingsafspraken voor de periode 2010-2020 gemaakt. Hierin zijn de visie en ambities voor de verstedelijkingsopgave in de verschillende stedelijke regio’s voor de komende tien jaar vastgelegd en uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve opgaven.

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet is op 31 maart 2010 in werking getreden en eindigt op 1 januari 2014. Deze wet zorgt voor versnelling en vereenvoudiging van planprocedures, waardoor bouwprojecten sneller of met minder risico op procedurele vertragingen kunnen worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. De wet heeft betrekking op diverse bestuursprocesrechtelijke bepalingen, maar als gevolg van haar inwerkingtreding is ook een aantal bestaande wetten, zoals de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Natuurbeschermingswet 1998, de onteigeningswet en de Tracéwet, gewijzigd. Een deel van de wetswijzigingen uit de Crisis- en herstelwet is permanent, een ander deel wordt tijdelijk ingesteld. Op voordracht van het kabinet kunnen nieuwe projecten worden toegevoegd. Op 9 juli 2010 heeft de ministerraad ingestemd met de eerste tranche van de algemene maatregel van bestuur (amvb). Deze amvb bevat een aantal concrete gebieden en projecten waar geëxperimenteerd kan worden met de regelgeving van de Crisis- en herstelwet.

Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse

In de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), waarover de Tweede Kamer op hoofdlijnen in juni 2010 is geïnformeerd (TK 31305, nr 108), is een indicatief inzicht gegeven in de nationale bereikbaarheidsproblematiek op middellange (2020) en lange termijn (2028). De resultaten van de NMCA geven aan waar de belangrijkste bereikbaarheidsproblematiek wordt verwacht. De hoofdconclusies van de NMCA zijn dat de doelen van de Nota Mobiliteit voor 2020 naar verwachting niet overal worden gehaald en dat in de periode tussen 2020 en 2028 zich een verdere toename van de bereikbaarheidsproblematiek voordoet rondom Amsterdam, Rotterdam-Den Haag-Gouda, Stedelijk Netwerk BrabantStad en Arnhem-Nijmegen. De analyse biedt geen oplossingsrichtingen. Het is aan een nieuw kabinet om politieke en beleidsmatige conclusies te trekken, dan wel een financiële vertaling te geven. De NMCA is uitgevoerd in samenspraak met de regio’s.

Tracéwet

Het voorstel tot wijziging van de Tracéwet, dat ter besluitvorming voorligt in de Tweede Kamer, beoogt versnelling door verbetering van besluitvorming over hoofdinfrastructuur. De wet biedt het noodzakelijk juridisch kader voor de implementatie van de kabinetsreactie op het advies van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele Projecten. Belangrijke nieuwe elementen in deze Tracéwet zijn een vroegtijdige participatie van betrokkenen en een trechteringsproces van verschillende oplossingen. Hiermee wordt binnen vastgestelde termijnen in de verkenningsfase toegewerkt naar één bestuurlijk gedragen voorkeursbeslissing. Hierdoor kan de planuitwerkingsfase stabiel doorlopen worden en wordt de besluitvorming over infrastructuur sneller en beter.

Genieten van buiten

In juni 2009 is de beleidsbrief met als titel “Genieten van buiten” naar de Tweede Kamer gezonden (TK 26419, nr 36). De beleidsbrief is tot stand gekomen op basis van een strategische dialoog met de recreatiepartners. In de beleidsbrief is een aantal voornemens opgenomen. De voornemens vallen uiteen in drie sporen: 1) ruimtelijke inrichting; 2) ruimte voor ondernemen; en 3) communicatie.
Binnen het spoor ‘ruimtelijke inrichting’ worden verschillende thema’s onderscheiden die verder programmatisch via verschillende instrumenten worden uitgewerkt, te weten:

  • Het opheffen en voorkomen van barrières door verstedelijking en infrastructuur
  • Versterken van het groene ruimtelijke beleid en de relatie stad–land
  • Het innovatieprogramma Mooi Nederland
  • Openstelling van natuur
  • Openstelling van recreatief aantrekkelijke oevers 
Ook het tweede spoor ‘ruimte voor ondernemen’ kan ruimtelijke implicaties hebben. Op 9 december 2009 heeft bespreking van de beleidsbrief met de Tweede Kamer plaats gevonden. Dit heeft niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen.
Hooibalen
MIRT Projectenboek 2011

Hoofdmenu

Servicemenu